Prof. dr. Janneke van Mens-Verhulst

Oud hoogleraar in de VrouwenGezondheidszorg (vrouwenhulpverlening, diversiteit in de hulpverlening)

GENERATIEKWESTIES

De huidige demografische kentering, met meer ouderen die langer leven en minder jongeren om hen af te lossen, plaatst  alle generaties voor nieuwe vraagstukken. De traditionele levensloop en de voorzieningen van de verzorgingsstaat hebben hun vanzelfsprekendheid verloren.

Ouderen hebben te maken met een extra levensfase, die wel als de derde leeftijd wordt aangeduid. Daarin weten ze zich bevrijd van arbeids- en gezinsverplichtingen, terwijl ze gezond en kapitaalkrachtig  genoeg zijn om er op uit te gaan, hun sociale netwerken te onderhouden en anderszins actief te zijn. Hoe geven mannen en vrouwen vorm aan deze “tweede adolescentie”? Wat trekken ze zich aan van de beeldvorming over oudere vrouwen en mannen? Voegen zij inderdaad een nieuw stuk aan hun keuzebiografie toe? Hoe creatief, coöperatief of defensief reageren ze op de verbouwing van de verzorgingsstaat? En doen zich daarin sekse- en genderverschillen voor?

Jongeren hebben meer dan ooit de vrijheid zelf hun levensloop te bepalen maar daar staat de tol van keuzestress tegenover. Aan welke sociale rollen besteden ze hun tijd? Zijn docenten rolmodellen voor hen? Welke ouderen nemen zij als voorbeeld? Hoe genderstereotype zijn ze daarin? Waardoor kleurt hun keuzebiografie roze of blauw? Welk beeld hebben ze van ouder worden en hoe stellen ze zich op in de verbouwing van de verzorgingsstaat? Is er werkelijk een oorlog tussen de generaties aanstaande?

Alle generaties, oud, jong en middelbaar, hebben te maken met de verbouwing van de verzorgingsstaat. Bij voorkeur zou dat een transformatie moeten zijn naar arrangementen die de combinatie mogelijk maken van deelname aan educatie, arbeid, vrije tijd én zorg – over de hele levensloop, voor mannen én vrouwen; en met arrangementen die aansluiten op de aanwezige verdeling van fysieke, mentale en financiële krachten over en binnen de generaties. Dit veranderingsproces heeft weinig kans van slagen als we de generatieverschillen verabsoluteren en met een “solidariteit óf  conflict”-stramien  benaderen. In die opzichten biedt de ambivalentietheorie een betere invalshoek om de intergenerationele relaties te begrijpen, zowel in de privé- als publieke sfeer.

In dit project werk ik afwisselend samen met Lorraine Radtke, Ina Wilbrink-Peeterman en Liesbeth Woertman.