HULPVERLENING EN DIVERSITEIT
Om in te kunnen spelen op de diversiteit in de samenleving, moeten hulpverlenenden (m/v) zich verdiepen in de wijze waarop maatschappelijke diversiteit mensen beinvloedt in a) hun ziektebeleving, b) hun gezondheidsopvattingen en c) hun gezondheidsgedragingen. Vervolgvraag is natuurlijk welke interventies hierdoor mogelijke en wenselijk zijn.
De antwoorden op deze vragen hangen af van de manier waarop we diversiteit denken:
- om welke verschillen gaat het eigenlijk: sekse/gender, etniciteit, leeftijd, klasse, levensbeschouwing en/of seksuele voorkeur?
- hoe onafhankelijk – of verweven – zijn die verschillen?
- met welke machtsdynamiek gaan ze gepaard?
Zwarte wetenschapsters hebben hierover de intersectionaliteitstheorie ontwikkeld. Volgens deze theorie bestaat er geen hierarchie van verschillen maar zijn ze gelijktijdig werkzaam in een mensenleven; dat is onder andere merkbaar is in de identiteitsvorming van personen of groepen. Bovendien zijn de verschillen niet machtsneutraal omdat de maatschappelijke ordeningsprincipes waarnaar ze verwijzen, gepaard gaan met sociale ongelijkheid.
Dit `kruispuntdenken’ biedt nieuwe perspectieven op de relatie tussen sociale ongelijkheid, persoonlijk functioneren en gezondheid respectievelijk ziekte. Maar hoe deze theorie kan worden toegepast in onderzoek en praktijk van de gezondheidszorg verdient nog nadere verkenning en doordenking.